CANNES 2011 – HORROR VACUI

 

HORROR VACUI

De roemruchte Situationist en cineast Guy Debord – die in 1994 zelfmoord pleegde – noemde het “de vloek van de Spektakelmaatschappij”. Het feit dat de mens in onze hedendaagse samenleving gedoemd is zijn kaken stuk te kauwen op de laatste gedroogde restjes van zijn ziel. Geopiatiseerde stimorol, dootrokken van seks, leugens, schandalen en een vleugje suiker en arsenicum waarmee we ons moedwillig drogeren om onze alledaagse blaséheid te parereren.

De homo ludens, die misschien wel nooit echt bestaan heeft, is van kop tot tenen homo consumens geworden. We verorberen het nieuws, zoals we alles in dit leven tot ons genoegen consumeren. We verschalken het zolang het vers en smeuiig is en we er opgewonden van raken. Lang is dat meestal niet. We snakken naar de smaken van het Echte Leven dat we niet meer kennen, en verlangen naar een Ziel die we niet meer hebben. De Leegte in ons wezen gaan we te lijf met de schandalen en faits-divers die ons als spektakelstukken op tv of op het witte doek pasklaar worden aangereikt. “See how we muse at other’s misery, so that by musing we only might forget our own”, laat Shakespeare een van zijn karakters zeggen in Anthony & Cleopatra.

Hier in Cannes, waar momenteel voor de 64e maal het grote festival van de Sublieme Illusie wordt opgevoerd, is er dit jaar geen ontkomen aan. Op en rond de Rode Loper van het Palais des Festivals aan de Croisette, verkeren de kaken dezer dagen in een gegȇneerde kramp. De werkelijkheid heeft de fictie een ongehoorde loer gedraaid. En we zijn er, ondanks al ons onophoudelijk gekakel, stil van. En pisnijdig dat de grootste en meest scandaleuze film die zich op deze magistrale editie van het festival voor ons aller ogen voltrekt – met kersverse meesterwerken van Terrence Malick, Aki Karismaki, Gus van Sant, Pablo Almodovar en Lars von Trier – , de smakeloze actualiteit betreft. DSK. Dominique Strauss-Kahn. Het ultieme drama in kwadraat: A Bronx Tale vermenigvuldigd maal Het vreugdeveur der ijdelheden. Shakespeare maal Molière. Stieg Larsson maal James Ellroy.

De ironieën zijn talrijk. En een daarvan is dat juist gedurende de jaarlijkse hoogmis van de glamour, glitter en vertier, de grootste rol op aarde niet is weggelegd voor Johnny Depp, Brad Pitt, Penelope Cruz of Charlotte Gainsbourg die speciaal naar Cannes zijn gekomen om onze bewondering af te dwingen. Maar dat die rol blijkt weggelegd voor een speler hors concours. Een bronstige politicus en financiële mogul met stoppelbaard, een gokker met al te groot libido die inmiddels zit weggestopt achter de tralies van een New Yorkse bajes, ergens op een eiland tussen Harlem en The Bronx.  

Wat de intrinsieke waarde van dit schandaal moge zijn, is voorlopig even diffuus als de waarheid die er wel of niet aan de beschuldigingen ten gronde ligt. Maar zelfs als de helft ervan waar blijkt te zijn, staat de mégatude van het nieuws niet in verhouding tot de relevantie of gravitude van de gepleegde misdaad. Want terwijl er in Congo iedere minuut een vrouw of kind wel ergens bruut wordt verkracht en dit in volstrekte stilte aan ons voorbij trekt, vinden wij de mogelijke aanranding van een kamermeid in Manhattan door IMF-president DMS een miljard maal belangrijker, omdat het alle elementen van het ideale spektakel en ultieme drama in zich herbergt: seks, macht, roem, tragedie, de val van een gevenereerd politicus en (zelf)-vernietiging van een president-in-spe. In het Palais des Festivals in Cannes gaat het in de wandelgangen, heel uitzonderlijk, net als in gans Frankrijk, al vele dagen nergens anders over. De films vormen voor deze keer niet meer dan pauzes tussen de echte voorstelling daarbuiten, ginder, op de tv die constant overal loeihard aanstaat.

 De realiteit van de spektakelmaatschappij heeft ons zelfs in het claustrum der spektakelstukken fors voorbijgestreefd. Met kinnesinne als gevolg. Want plotseling verdampte de schandaalwaarde van een film als La Conquȇte, over Sarkozy’s calvarietocht naar de toppen van de macht, als sneeuw op de flanken van de Kilimanjaro. Plotseling verbleekte de provocatie van schandaalregisseur Lars von Trier tijdens de persconferentie rond zijn nieuwe apocalyptische toekomstfilm Melancholia (“Ik voel me soms een Nazi met sympathie voor Nietzsche en Hitler”) tot zijn veritabele proportie: aandachttrekkerij van een geniale kleuter in regisseurstenue. En ook de andere films die normaliter op hun eigen manier het festival van kleur hadden voorzien met enig sappig schandaal, zoals The Fix Up over falen en corruptie in de VS rondom de Deepwater olieramp in de Golf van Mexico, of de film over de moord op prinses Diana (Unlawful Killing), de uit Iran gesmokkelde pellicules van Mohammad Rasoulof (Goodbye) alsmede de nog nagloeiende documentaires over de Arabische Lente in Tunesie en Egypte: allemaal zijn ze  roemloos en geruisloos in alle DSK gekrakeel ten onder gegaan.

De vloek van de spektakelmaatschappij is niet onze behoefte aan drama en schandalen waar we ons zo wellustig aan over weten te geven, want onze driften zijn even onuitroeibaar als natuurlijk. Maar wel het feit dat we er beetje bij beetje ons gevoel voor wat relevant is ons eigen leven door verliezen. “We leven in een glazen huis”, horen we acteur Denis Podylades zeggen in zijn subliem gespeelde rol als Nicolas Sarkozy in La Conquȇte. “We zijn publieke figuren, die een openbaar ambt vervullen in een gemediatiseerd tijdsgewricht. We leven in een glazen huis, en dienen daar vrede mee te hebben.” Gedurende de film, blijken Sarkozy en zijn naasten steeds meer gebukt te gaan en te leiden onder dit overmoedig voorgehouden credo. Sarkozy wint de verkiezingen maar verliest de liefde van zijn leven. Het prototype van, om in Cannes-termen te blijven, tragische ironie. Hoeveel zon- en flitslicht er ook door moge dringen in de vertrekken van het glazen huis, in de harten van de bewoners heerst steeds meer verdriet.  

Dat is triest, maar de echte tragedie die hier in Cannes dezer dagen zowel in La Conquȇte als dankzij het schandaal rond DSK aan de oppervlakte is gekomen, is van een veel fundamentelere aard. De echte tragedie is dat er in het hart van dat glazen huis niet of nauwelijks iets te vinden is van reëele subtantie. In een volledig gemediatiseerde samenleving, blijkt alles voorbehouden aan de vorm. Het imago. Het uiterlijk. De verpakking. Het drama. Het schandaal. De ziel blijkt even afwezig als onzichtbaar. Transparant als de lucht of de weerspiegeling van een lichtprojectie. In het hart van de spektakelmaatschappij regeert de leegte van het Horror Vacui.

© Serge van Duijnhoven, Cannes, 19 mei 2011

voor De Gedachte, De Morgen

 
This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s