Interviews

Kusturica and Maradona

 

Emir Kusturica

DE EMIR VAN VOORMALIG JOEGOSLAVIE


JURYVOORZITTER UN CERTAIN REGARD


 door Serge van Duijnhoven

 

Met soepele tred komt de “Emir van Voormalig Joegoslavië”, zoals regisseur, rockster, stokebrand en zelfbenoemd burgemeester Emir Kusturica op de Balkan genoemd wordt, de miezerige hotellobby van het appartement-hotelcomplex Citadin in Lille, binnengelopen. Kusturica heeft zojuist een soundcheck volbracht voor een concert met zijn band The No Smoking Orchestra in de kale futuristische concerthal l‘Aeronef. Het concert is, zoals op de meeste plekken waar hij optreedt, al weken vantevoren uitverkocht. Het valt me op hoe groot hij is. Niet alleen zijn postuur, maar ook zijn gezicht, zijn nek, zijn ledematen: alles aan hem is markant en reusachtig. Zijn ongewassen haar zit in de war. Hij draagt een donkerblauwe trui, een bruine ribbroek en bergschoenen waarvan de veters opzettelijk loghangen. Een Servische sjamaan uit het Balkangebergte. We schudden handen, ik overhandig hem een crimsonzwarte doos Pierre Marcolini bonbons uit Brussel. De maestro is vandaag jarig en wordt 53.

“Wat een miezerige plek om mijn verjaardag te vieren”, verontschuldigt hij zich ten overstaan van zijn gasten. “Op dit soort plekken kun je niet anders dan je doodvervelen. Op zich is dat niet zo erg. Want vanuit de stilte van de verveling groeit de chaos van de creativiteit.”

Emir Kusturica is een wandelend vat vol tegenstrijdigheden, een moslim uit Sarajevo die zich ten tijde van de oorlog vestigde in Belgrado en zich in 2005 heeft laten bekeren tot het orthodoxe geloof. Een man die geheel en al de Balkan (het Westen van het Oosten en het Oosten van het Westen) in zich belichaamt. Berucht om zijn onvoorspelbare gedrag, zijn uitgesproken meningen, zijn snijdende grappen, zijn kolerische aanvallen die even snel verdwijnen als dat ze op komen borrelen. Een man die is vervloekt en uitgespuugd door voormalige vrienden uit zijn geboortestad Sarajevo, maar die door duizenden fans in Europa en Japan op handen wordt gedragen als een exuberant genie. Een punkversie van Fellini. Of, om de omschrijving van collega Michael Haneke te gebruiken: “Kusturica is een kruising tussen Shakespeare en de Marx Brothers”.

Als hij niet bezig is op de set van weer een nieuwe film, of op toernee is met zijn populaire Balkanband, verbijdt Kusturica zijn tijd meestal in een klein dorp dat hij zelf uit het niets heeft doen oprijzen in de bergen van Mokra Gora, nabij Visegrad in West-Servië. “Küstendorf” is de naam van de nederzetting, die uit een tiental zelfgebouwde houten huisjes, een kerk, een cinema en een ondergronds zwembad met basketbalzaal bestaat. In het Servisch: Mecavnikgrad, oftewel “Sneeuwstormdorp”. Kusturica: “Dit dorp is mijn eigen versie van Thoreau’s kolonie Walden in de vrije natuur. Ik heb mijn stad Sarajevo verloren door de oorlog, nu is Mecavnikgrad mijn thuis geworden. Ik heb het gehad met het jachtige leven in de grote stad. Ik heb vier jaar in New York gewoond, tien jaar in Parijs, en nog wat tijd in Belgrado. Steden zijn voor mij nu weinig meer dan vliegvelden. Metropolen zijn vernederende plaatsen om in te wonen, vooral in het Westerse gedeelte van de wereld. Alles wat ik verdien investeer ik in mijn eigen etno-dorp.”

Aan de oprechtheid van Kusturica’s bedoelingen valt niet te twijfelen. Hij beschrijft het lucide moment waarop hij besloot zijn dorp op die heuvel met uitzicht op de Drina te bouwen, als een goddelijke ingeving. “Op een dag tijdens opnamen van mijn film “Life is a Miracle”, zag ik hoe een streep zonlicht op de flanken van een heuvel viel die een uitzicht had over alle kanten van de vallei. ‘Daar wil ik een dorp bouwen’, dacht ik spontaan. Ik maakte mijn film af, kocht het land en begon met het bouwen van een houten huis. Dat ene huis werden drie huizen, en die drie huizen werden negen huizen. Al mijn geld is erin gaan zitten. Ik wilde er een culturele plek van maken, noem het een permanente filmset. Zelf noem ik het een ‘tweedehandse stad’, omdat ik enkel gebruikte bouwmaterialen heb verwerkt. Al het hout komt van oude huisjes die ik zelf heb ontmanteld en weer opgebouwd op de heuvel. Mijn dorp heeft de structuur en architectuur van nederzettingen uit de oudheid, wat betekent dat er geen vooropgezet plan bestaat. Alle elementen zijn per toeval tot stand gekomen. Chance operation, zo noemde William Burroughs dat. Random development. Ik ben erg blij met het resultaat, en dat zoveel mensen zich aangesproken voelen tot het idee van ‘een leven in de achteruitversnelling’ in plaats van in de vooruitversnelling. In mijn dorp kunnen de mensen natuurlijke produkten proberen, kersensap en boza (korensiroop met honing) in plaats van Coca Cola. I wanted to create a place that could preserve the qualities I believe we need to fight for. Slow life. Slow food. Slow culture. Everything is put into the reverse gear.”

De regisseur is een van de weinigen die het, net als Francis Ford Coppola en de gebroeders Dardenne, gepresteerd heeft om de Gouden Palm van het filmfestival in Cannes, twee keer in de wacht te slepen. De eerste keer was dat met Vader is op zakenreis in 1985, de tweede keer kwam tien jaar later met het groteske meesterwerk Underground. In 1998 won hij de Zilveren Leeuw voor Beste Regie voor zijn hilarische zigeunerfilm Black Cat, White Cat. De muziek voor die film liet hij schrijven door de muzikanten van zijn band The No Smoking Orchestra, waarvan zijn jeugdvriend Nelle Karajlic de zanger is. Met Goran Bregovic, de beroemde dirigent en componist die de muziek schreef voor zijn film Time of the Gypsies (1988), heeft hij het contact verbroken na een controverse over plagiaat. Voor de operaversie van deze onrustbarende zwarte komedie, die afgelopen jaar in de Opera Bastille in Parijs in premiere ging, liet hij de muziek deels herschrijven door de muzikanten van zijn band. Vanaf maart 2008 zal de punkrock opera ook in landen buiten Frankrijk te zien zijn.

Emir Kusturica :”Het regisseren van die operaproduktie Time of the Gypsies was een zeer verrassende ervaring, want ik had nooit gedacht dat ik me zo goed kon voelen in een theater. De abstracte arena van een podium biedt mij eigenlijk veel meer mogelijkheden en vrijheid om in te werken dan de set van een film. Cinema is zo omslachtig, je moet duizend zaadjes planten om een boom te kunnen laten groeien. Het theater is meer als een circus dat je in enkele avonden op kunt bouwen. Mensen in het westen zien mij als een motherfucker die in staat is chaos op de planken en het filmscherm te brengen. Die de chaos kan bewerken tot een katharsis-volle kwaliteit waaruit allerlei vormen van energie vrijkomen. Ik had veel problemen met de vakbonden van de Opera Bastille, maar op de een of andere manier hebben die vakbondslieden me toch gedoogd omdat ook zij genoten van het spektakel dat mijn manier van werken met zich meebracht. Ze openden zich voor het onverwachte. Ze zagen in dat het zin had om de chaos een plek te geven op hun podium.”

Kusturica heeft als regisseur mede zijn stempel gedrukt op de wereld van de Europese arthouse film uit de jaren tachtig en negentig. Al zijn films zijn bekroond en behoren inmiddels tot de klassieken van het continent. De enige film die hij in Amerika maakte, Arizona Dream, werd artistiek geprezen maar bleek een financiele flop. Sedertdien heeft Kusturica zich verre gehouden van Hollywood, ook al kloppen acteurs als Johnny Depp en Nicole Kidman geregeld bij hem aan met de vraag om samenwerking. Toch is Kusturica ook in Europa volop controversieel gebleven. Voor zijn kritici is de regisseur een apologeet en propagandist van het moorddadige Servische regime dat verantwoordelijk zou zijn voor het bloedige uiteenvallen van Joegoslavie. De schrijver Andrej Nikolaidis noemde hem ‘the assassin’s apprentice’ (Milosevic’ slaaf), waarop Kusturica hem voor het gerecht daagde wegens smaad. Ook de Franse filosofen Alain Finkielkraut en Bernard-Henry Lévy hadden hun pijlen op hem gemunt tijdens de oorlogen in Kroatië en Bosnië.  Ze vonden dat Kusturica zich had laten compromitteren door Belgrado omdat hij voor het maken van Underground financiële steun had geaccepteerd van de Servische staatstelevisie en legermaterieel had mogen lenen van het Joegoslavische Volksleger JNA.

Emir Kusturica werd op 24 november 1954 geboren als enig kind in een seculiere Moslimfamilie in Sarajevo, de hoofdstad van de Joegoslavische Republiek Bosnië en Herzegovina. Op zijn achttiende verliet hij die stad om te gaan studeren aan de Tsjechoslowaakse staatsacademie voor film, FAMU. Volgens de verhalen zou Emir opzettelijk van huis zijn weggestuurd omdat zijn ouders en tante bang waren dat hij vanwege zijn betrokkenheid bij jeugdbendes in Sarajevo op het slechte pad zou raken. Lang had hij niet nodig om opgemerkt te worden als jonge regisseur. Op z’n 27ste won hij een Zilveren Leeuw tijdens het Filmfestival van Venetië. Op z’n veertigste had Kusturica al alle prestigieuze prijzen gewonnen die de Europese filmwereld te bieden heeft. Ik vraag hem of hij nog weet wat een journalist van Time Magazine in 1981 over hem schreef toen hij met Do You Remember Dolly Bell in de prijzen viel in Venetië: dat hij een ‘nobody from nowhere’ was? “Weet je”, zegt hij, “het is eigenlijk heel stimulerend om ‘niemand van nergens’ te zijn. Vandaag de dag ben ik bekend. Maar elke keer als ik een nieuwe film maak, probeer ik weer Mister Nobody te worden, alsof ik nog nooit een camera heb vastgehad.”

In 1996, op het hoogtepunt van zijn roem, ontmoette Kusturica de Amerikaanse regisseur Francis Ford Coppola op het vliegveld van Nice. Een cameraploeg was present om de ontmoeting vast te leggen. Het werd een gênante vertoning. Kusturica probeerde contact te maken, maar kwam niet verder dan gestamel. Coppola op zijn beurt liet duidelijk merken dat hij niet wist met wie hij te maken had. Ook al had de Servische regisseur, net als hijzelf, al tweemaal de hoofdprijs van het festival in Cannes in de wacht weten te slepen. Kusturica: “Toen ik jong was keek ik met open mond naar de films van Coppola. Vandaag moet ik constateren dat Coppola vooral een zakenman is. Hij heeft geen tijd meer om regisseur te zijn. Hij zal op dit moment wel geen gelukkig mens zijn… Ik hoop dat ik nooit zo blasé zal worden als Coppola. Ik geniet bekendheid, wat voordelen heeft om financiering te verwerven voor de films die ik wil maken. Maar ik pas er weldegelijk voor op een instituut te worden.  Denk je dat ik anders nog met The No Smoking Orchestra rond zou touren, iedere dag honderden kilometers in een busje af zou leggen om ’s avonds een partijtje gitaar te spelen op een podium met mijn jeugdvrienden? Ik doe dit voor mijn plezier, niet omdat het goed of nodig is voor mijn carrière. Hoogstend is het compensatie, of sublimatie, omdat ik als jongeman me nooit goed op mijn gemak heb kunnen voelen in een disco. Ik durfde de meisjes nooit ten dans te vragen.”

Het internationale succes   van zijn eerste films, die allen speelden in Sarajevo, leverde hem een heldenstatus op in zijn geboorteland. Kusturica werd gekroond tot langverwachte redder die de muffe Joegoslavische cinema van zijn provincialistische en communistische kettingen kwam bevrijden. De secessie-oorlogen van 1991 tot 1995 maakten hier abrupt een einde aan. In 1992 begonnen Servische paramilitairen, met steun van het Joegoslavische Volksleger JNA, een terreurcampagne tegen Bosnische Moslims en Kroaten die van plan waren de onafhankelijkheid uit te roepen en zich uit de Joegoslavische Federatie terug te trekken. Toen de gevechten begonnen, leefde Kusturica in Parijs. ”Ik kon het niet geloven toen de eerste schoten vielen en de granaten op de stad neerdaalden. Ik was een van die naievelingen die nooit gedacht had dat er daadwerkelijk oorlog zou uitbreken. Ik wilde het niet geloven.”                                                                                                    Hij kreeg er ook geen kans toe. Zelfs voor de oorlog werd Kusturica er door Bosniërs van beschuldigd dat hij niet Bosnisch genoeg was, en door Servische nationalisten dat hij zich al te Bosnisch opstelde. De beschuldigingen hielden aan gedurende de oorlog. Beroemd is ook het geval waarin Kusturica Vojislav Sešelj, de ultranationalistische Servische politicus die tevens leiding gaf aan een groep paramilitairen en die nu in Den Haag zijn proces afwacht, uitdaagde voor een heus duel bij daglicht in Belgrado. Waarop Sešelj bedankte voor de eer, zeggend dat hij niet verantwoordelijk wilde zijn voor de dood van een naïef kunstenaar.

Emir Kusturica: “Weet je, ik ben nooit een voorstander van Milošević geweest! Ik heb wel eens gezegd dat het te simpel was om Milošević voor een fascist uit te maken, en dat het nodig was om een ander en minder simplistisch woord te vinden waarmee je hem kon duiden. Wat ik ben en waar ik voor sta heeft geen flikker te maken met Milošević. Ik ben eigenlijk op vele manieren nog steeds een Joegoslaaf oude stijl. Ik behoor tot een gemengde Balkancultuur, heb mijn wortels in allerlei etnische culturen, steden en talen. Ik heb het nagezocht in bibliotheken en archieven: mijn Servische familie in Bosnië heeft zich twee eeuwen geleden tot de islam bekeerd om te overleven. Bosnie werd in die tijd geregeerd door de Ottomanen. Ja, ik ben van Sarajevo. En ja, ook ik riep in het begin van de oorlog dat een stelletje wilde honden bezig was mijn geboortestad plat te branden en bibliotheken in de fik te steken. Ik schreef er artikelen over in Le Monde, uit woede en wanhoop. Niet ik ben het die Sarajevo heeft verraden. Het zijn de Moslims van het regime van Izetbegovic die mij hebben verketterd. Het Westen moet maar eens ophouden te doen alsof de Bosnische Moslims enkel charmante pacifisten waren die een multi-etnisch regime voor ogen hadden. Ik zal je mijn verhaal in deze vertellen.  Aan het begin van de oorlog, reisde mijn vader naar Montenegro. En een maand na het uitbreken van het conflict, drongen soldaten van Izetbegovic ons huis binnen. Ze beweerden dat ze daar bommen, kalachnikovs en granaten aantroffen. Waarop ze mijn vader – die verdomme nog als partizaan gevochten heeft aan de zijde van Tito tegen de Nazi’s – ervan beschuldigden te heulen met de tchetniks.  Mijn vader kreeg een hartinfarct van alle ellende, en stierf. Vervolgens begon de officiële propaganda van het regime een haatcampagne tegen mij omdat ik weigerde het conflict te versimpelen tot een kwestie goed en fout. Omdat ik weigerde me door simpele propaganda te laten inpakken. In Sarajevo slaagde het regime erin een hele generatie tegen mij op te zetten. Mij te haten. En om het verhaal compleet te maken, na de Dayton Akkoorden zijn de charmante jongens van het Moslimregime van Izetbegović ook nog het familiehuis van mijn vrouw Maja binnengevallen. Ze hebben haar familiehuis opgeblazen. Een huis dat de familie van mijn vrouw, half Kroaat half Sloveens, gebouwd heeft toen ze zich in Sarajevo vestigde om er de spoorweg aan te leggen, in de tijden van het Oostenrijks-Hongaarde Rijk. Van het huis is niks meer over. Ze hebben het vernietigd om ervoor te zorgen dat de familie van mijn vrouw er nooit meer zou kunnen terugkeren. Welnu, ook ik zal nooit meer naar Sarajevo terugkeren. Wil je weten waar ik vandaan kom, wat mijn bakermat is? Precies dit. Ik ben een van de 250.000 Joegoslaven die gedwongen werden de stad te verlaten, om plaats te maken voor 250.000 Moslims van het platteland. Ik ben van een stad en land die niet meer bestaan. Ik ben misschien geen ‘nobody’ meer, maar ik ben opnieuw van nergens. Als ik met mijn vrienden op het podium sta, zoals vanavond,  zeg ik tegen mezelf dat mijn thuis het circus is, de muziek, de show, het cabaret, het podium. Die dingen zijn even belangrijk voor mij als de natie waartoe ik zou behoren.”                                             

De Bosniërs begonnen Kusturica zoveel mogelijk te vergeten, wat ze redelijk gelukt is. Zijn films zijn in Bosnië haast nergens te vinden, en ook op de filmfestivals van Sarajevo worden ze nimmer vertoond. Toch ging er alsnog een schok door het land toen Kusturica zich op ‘Durdevan’ (St Joris Dag) in 2005 in een Montenegrijns klooster gewijd aan Sint Sava, de Servische patroonheilige, officiëel liet dopen binnen de riten van het orthodoxe geloof. De geboortenaam die hij aannam was Nemanja. Emir Hadzihafizbegovic, een bekend Bosnisch acteur die in de jaren tachtig nog les heeft gehad van Kusturica op de Obala filmacademie aan de oevers van de Miljacka-rivier in Sarajevo, verklaarde daarop dat “de naam van Kusturica met hoofdletters diende te worden geschreven in alle filmnaslagwerken van Bosnië, maar dat dit niet wegneemt dat hij een patriottische klootzak is die zijn volk op het slechtst denkbare moment heeft verraden.”

Ik volg de maestro terwijl hij al orerend en keurend door een grote sportzaak “Sport-In’ Lille” beent. “Dit zijn de enige gelegenheden die we krijgen om de steden te bezichtigen die we tijdens onze toernee aandoen…”, zegt hij minzaam. Hij blijft lang staan bij een vouwfiets, die volgens een van zijn bandleden geschikt zou zijn om te gebruiken als instrument in een nummer waarbij Kusturica en de violist hun snaren ruw bespelen door ze ondersteboven tegen een hoog opgehouden koord aan te schuren. Een spektakelstuk dat een circus waardig is. “Denk je ook niet dat de meeste mensen zich zo de hemel voorstellen, als een eeuwige koopavond? Consumer Heaven, waar de winkels eeuwig geopend zijn en de mensen altijd genoeg geld hebben om hun huizen te vullen met prullaria?” Kusturica neemt een zwarte lederen voetbal uit de rekken, waar het witte merklogo van Nike op is afgedrukt. “Hoe krijgen we dat merk er verdomme vanaf? Vroeger waren alle voetballen van deze geraffineerde lederen kwaliteit. Nu is het de enige hier in deze winkel, en is die bal ook nog een vulgair reclamemiddel van de firma Nike.” Wat volgt is een expose over de ikonografie van merken. “Wat vroeger ikonen waren, dat zijn nu de merken geworden, en de heiligen zijn de sterren die deze merken dragen en ermee reclame maken. Jezelf onderscheiden van de ander, door collectief een naam op je trainingspak of voetbal te kalken. Kan het ironischer?”

Volgens vrienden was Kusturica ten diepste geraakt door de modderstromen aan kritiek die hij tijdens en na de vertoningen van Underground in de internationale pers en in zijn thuisstad te verduren kreeg. Het sloopte hem en bezorgde hem slapeloze nachten. Hij kondigde op gegeven moment zelfs aan op te houden met het maken van films. Maar het bloed kroop waar het niet gaan kon, en drie jaar later lag er weldegelijk een nieuwe film op de planken: Black Cat, White Cat. Een film die hij ooit begonnen was als een documentaire over Servische zigeunermuziek, maar die hij in de studio wist om te zetten tot een doldwaze Shakespeareaanse klucht van 135 minuten lengte. Het werd zijn grootste kaskraker tot op heden.

“Emir houdt er nu eenmaal van herrie te schoppen,” verklaart Nelle Karajlic, de oprichter en zanger van The No Smoking Orchestra. ”Volgens mij draait het vooral daarom, als hij films maakt of op het podium staat of wat hij ook allemaal doet. Vandaar dat er ook zoveel trouwpartijen, begrafenissen, feesten en slemppartijen in zijn films zijn aan te treffen; Emir wil herrie schoppen en chaos creëren. En dat is wat hij doet, zowel op het podium als het scherm.”

Er zijn ondanks alle pogingen de afgelopen decennia niet veel mensen in geslaagd Kusturica het zwijgen op te leggen.  Dat komt gedeeltelijk omdat hij van zijn hart nooit een moordkuil heeft gemaakt en over de meest uiteenlopende zaken zijn mening is blijven uiten. Maar ook omdat hij in zijn films stem heeft gegeven aan een eindeloze stoet van gemarginaliseerde, kreupele, geschifte en vooral luidruchtige lieden: hysterische zigeuners, huilende joden, amorele criminelen, mystieke kindfiguren, klagende dissidenten, sprekende dieren. Kusturica’s impulsiviteit is hem in zijn films beter van pas gekomen dan in zijn publieke optredens. Zijn stijl is uit duizenden herkenbaar. Heidens en Zuid-Oost Europees, zo omschrijft hij het zelf, met een duidelijke hang naar surrealisme, absurdisme, slapstick en vooral: emoties. Het doet er niet toe hoe wreed zijn onderwerpen zijn, zijn films zitten boordevol humor, tederheid en drama. Wat de gecompliceerde verhaallijnen aan elkaar lijmt, is  een meestal schallende, ratelende, geëxalteerde geluidsband van Balkanritmes en melodieën. Een optocht van blaaspoepende zigeunerfanfares loert, voor zover ze niet dwars door het beeld heen marcheert, telkens vlak om het hoekje. Voorts kuiert er vaak ook, met persistentie en zelfverzekerdheid, een surrealistische have uit Noach’s Ark over de set: magische kalkoenen, vliegende vissen, stoutmoedige olifanten, ginnegappende beren, strijdende ganzen, suïcidale ezels. Een tedere dialoog tussen geliefden gaat vergezeld van een hond die achter hun rug een kussen enthousiast aan rafels bijt. Een man loopt over een frontlinie terwijl hij zijn soldatenlaarzen schoonpoetst met de vacht van een levende, hevig protesterende poes. Ook in Kusturica’s nieuwste film, Promise Me This, die deze winter in première gaat, is voor dieren (de koe Cvetka) een hoofdrol weggelegd.

We verlaten de kille omgeving van de sportzaak in het winkelcentrum, en strijken neer in een rumoerige Brasserie Napoleon, op de hoek tegenover het station Lille Flandres. De bandleden maken grapjes, slurpen aan hun koffie en volgen het voetbal op de opgehangen tv aan het plafond in de hoek. De regisseur neemt een croque Monsieur en een flesje Vittel bronwater.

Kusturica informeert bezorgd naar de toestand in België. “Jij komt toch uit Brussel? Hoe zit het daar nu? Zijn de seperatisten daar ook al aan zet?” Hij waarschuwt: “De grootste schreeuwers winnen in zulke situaties altijd het pleit. Bij ons op de Balkan is er een gezegde: je hebt maar één steen nodig, om duizend scherven te maken. Als het te laat is, dan schudt iedereen zijn hoofd vol ongeloof. Ik ook, toen de oorlog bij ons in Joegoslavië uitbrak. Ik kon het niet geloven.”

Ook Kusturica raakt gehypnotiseerd door het voetbalspel uit de Franse zaterdagcompetitie op tv. Al gedurende enkele jaren werkt hij aan een documentaire over Diego Maradona, de kleine Argentijnse supervoetballer die beschermd werd door de “hand van God”.  De documentaire moet in de zomer eindelijk gereedkomen. Kusturica heeft bij de opnamen intensief samengewerkt met Maradona. Het is niet alleen een portret van, maar ook een coproduktie geworden. “Mijn interesse in voetbal is van strategische, esthetische en sportieve aard. Het voetbal van vandaag is niet meer de nobele koningssport zoals Maradona die onder de knie had, bijvoorbeeld in zijn beroemde wedstrijd tegen Engeland toen hij zeven spelers omver speelde. Het voetbal van vandaag is een industrie geworden. Een geraffineerde geldindustrie. De spelers van vandaag zijn jonge miljonairs die niet meer zijn dan dribbelende tokens van hun sponsors en clubs. Maradonna was een ster die zich vanuit de arme sloppenwijken in Buenos Aires een weg omhoog wist te schoppen. Een kunstenaar in het leven en op het veld. En iemand met een groot politiek bewustzijn, die zich niet als een poppetje laat gebruiken maar die zegt waar het op staat. Maradona is katholiek, maar hij haat de paus. Hij heeft uitvoerig met mij gepraat over de verantwoordelijkheid die Johannes Paulus II draagt, vanwege zijn afkeer van condooms, voor de dood van miljoenen HIV-geinfecteerden in Afrika.”

Op al diegenen die hem bekritiseren omdat hij in de moeilijke jaren nooit genoeg afstand tot Servië zou hebben genomen, zegt hij: “Ach, niemand is perfect. Hebben die kritici, die het altijd beter weten, wel eens van de term metafoor gehoord? Mijn antwoord op al die morele betweters, dat is mijn esthetiek en energie die ik uit de chaos voort laat komen. Ik volg mijn instinct, dat is alles. Ik wil dat de mensen een beetje opgetild worden door wat ze horen en zien, dat ze de vonk van warmte voelen die ik met mijn films en muziek wil overbrengen.” Kuturica lacht luid en bezwerend, en roept me toe in zijn donkere Balkanbariton: “My purpose is to make you warm. To give you some heat in a rational world where only what is cool is good.”

Om half acht lopen we de trappen omhoog naar de artiesteningang van het Euronef; ik voeg me bij het gezelschap in de loge op een bovenverdieping, die stijf staat van de blauwe rook. De leden van het No Smoking Orchestra blijken, zoals het de meeste Balkanbewoners nog altijd betaamt, verstokte rokers van goedkope sigaretten. “Welcome to the dressing room of the Very Heavy Smoking Orchestra”, zo heet zanger Nele Karaldjic me welkom.

Emir Kusturica, ditmaal gekleed in een blauw Adidas trainingspak en witte sneakers, onthult zijn bovenlichaam en begint een schijngevecht met zanger Nelle, in 1981 de oprichter van de band – toen nog “Zabranjeno Pusenje” geheten.  Kusturica torent met zijn grove, gespierde atletenlichaam hoog boven de iele, ietwat pafferige Nelle uit. “Wil je weten waarom Nelle geen succes bij de vrouwen heeft?”, roept Emir. Nelle trekt een beteuterd gezicht, als een Tsjechische clown. Een bulderend gelach stijgt op uit acht verschillende kelen in de kleedkamer. Dan klinkt het Servische volkslied uit de luidsprekers, het teken dat het podium moet worden betreden. “Give us justice!” schalt het uit de boxen. Het publiek joelt luidruchtig en massaal “joyeux anniversaire”…

© Serge van Duijnhoven – CANNES – IFA 2011

Filmography

 Awards

http://www.cinemakomunisto.com/trailer/

zie het interview met de regisseuse hier op cinemaredux.wordpress.com:

CINEMA KOMUNISTO – INTERVIEW WITH SERBIAN DIRECTOR MILA TURAJLIC.

ARMADILLO

INTERVIEW MET REGISSEUR

JANUS METZ

https://cinemaredux.wordpress.com/2010/10/23/armadillo-interview-met-regisseur-janus-metz/

door Serge van Duijnhoven IFA-Amsterdam

Armadillo werd in Cannes afgelopen voorjaar bekroond met de Grand Prix van de Semaine de La Critique. – De documentaire zal komend najaar te zien zijn in VPRO Holland Doc (tv) en is geselecteerd voor IDFA 2010

Tijdens een interview met de maker dat IFA-verslaggever Serge van Duijnhoven afgelopen mei in Cannes mocht hebben op het balkon van het Scandinavische Filmpaviljoen aan de Croisette, vertelde regisseur Janus Metz – een gedrongen Viking met een rosse baard en dikke wallenonder de ogen – dat het hem bij het maken van zijn film niet gegaan was om het vertellen van een spannend verhaal, of het verkondigen van een boodschap. De grote doelstelling die hij voor ogen had bij aanvang van het filmen was het maken van een zo diepgaand mogelijke antropologische zoektocht naar de vraag wat een oorlog nu precies voor impact heeft op de geest van jonge mensen die er- ver weg van huis en haard – “de vrede dienen af te dwingen en een democratie mogelijk te maken”. De film van Janus Metz is bij momenten niet alleen ongehoord bruut en direct, hij is ook ongezien eerlijk en ontendentieus. Wat we zien is een ‘Werdegang’ van gewone Deense jongens die gaandeweg hun diensttijd in Afghanistan – of ze nu willen of niet – de oorlog onder hun vel voelen kruipen. “There’s the seduction, there’s thebrutalization, and there’s the struggle to remain somehow a human being afterthe battles, once the silence sets back in”, zo vatte Metz in het kort de lijnen van zijn drama samen.

A R M A D I L L O

https://cinemaredux.wordpress.com/2010/10/20/a-r-m-a-d-i-l-l-o-interview-with-director-janus-metz/

interview with director Janus Metz

by Serge van Duijnhoven / IFA-Amsterdam

Copyright Laerke Posselt ©

ARMADILLO is an upfront account of growing cynicism and adrenaline addiction for young soldiers at war. It is a journey into the soldier’s mind and a unique film on the mythological story of man and war, staged in its contemporary version in Afghanistan.

CANNES – During the latest edition of the International Filmfestival, IFA’s special envoy Serge van Duijnhoven – a former war correspondent who covered the wars in Ex-Yuguslavia during the nineties for several media in Holland and Belgium – had a tough but honest hour of shoptalk with Danish director Janus Metz (35). Metz is the acclaimed director of Armadillo, the documentary that as no other entry had rocked the cradle of the entire entertainment world gathered as always around the turbulent lustrous Croisette near the harbour. At a time that Danish parlement was having a row over the quite horrific implications of possible war crimes committed by the platoon from Armadillo Forward Basecamp that was closely followed by Metz during a six month period, Serge sat down with Janus at the balcony of the Scandinavian Film Pavillon. A place with a spectacular view over sea, beach and moving crowds.


COUNTDOWN TO ZERO

shockdocu van Lucy Walker

over Global Zero en een hernieuwde angst voor de bom

https://cinemaredux.wordpress.com/2010/10/20/countdown-to-zero-shockdocu-van-lucy-walker-over-global-zero-en-een-hernieuwde-angst-voor-de-bom/

Essay van Serge van Duijnhoven over: de hernieuwde angst voor een op handen zijnde nucleaire apocalyps, de kristallijnen traan van Robert “Doctor Atom” Oppenheimer, over Ah Pook de Vernietiger, de problematische betekenis van het getal nul in de Mayacultuur, over Lucy Walker’s langverwachte documentaire Countdown to Zero (incl. interviewfragmenten), het utopisme van de Global Zero Movement en de ultieme poging van de mens om zich te verlossen van het nucleaire kwaad. Is het twee voor twaalf? Een moment voor nul? Of is het al te laat?

Interview met Gouden Palmwinnaar

Apichatpong Weerasethakul

over zijn bekroonde film “Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives”

https://cinemaredux.wordpress.com/2010/10/16/interview-met-gouden-palmwinnaar-apichatpong-weerasethakul-over-zijn-bekroonde-film-%e2%80%9cuncle-boonmee-who-can-recall-his-past-lives%e2%80%9d/

De Thaise filmmaker Apichatpong Weerasethakul (1970) wordt alom geprezen als een van de centrale figuren in de hedendaagse cinema. Opgeleid als architect in Thailand en als beeldend kunstenaar in Chicago, heeft hij sedert het jaar 2000 de filmwereld met een vijftal innovatieve speelfilms vol dromerige elementen weten te verrassen – met inbegrip van bekroonde werken zoals Blissfully Yours, Tropical Malady, en Syndromes and a Century. De regisseur is ook een veelgeprezen installatiekunstenaar, wiens werk in trek is bij musea en kunstruimtes over de hele wereld. Zijn video- en installatieproject Primitive tourt momenteel langs diverse Europese steden. Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives, de meest recente film van het Thaise enfant terrible (vanaf 1 september in Belgische en Nederlandse theaters te zien), werd op de 63ste editie van het Filmfestival van Cannes bekroond met de Gouden Palm.

Arlette van Laar filmt Joe op het terras aan de haven van Cannes


Interview met ACTRICE CHARLOTTE GAINSBOURG

over haar hoofdrol in THE TREE

https://cinemaredux.wordpress.com/2010/10/16/interview-met-actrice-charlotte-gainsbourg-over-haar-hoofdrol-in-julie-bertucelli%e2%80%99s-nieuwe-film-the-tree/

Op de laatste dag van het voorbije Filmfestival van Cannes sprak dichter-verslaggever Serge van Duijnhoven met Charlotte Gainsbourg. Het werd een gesprek over Charlotte’s vervreemding ten aanzien van de natuur, haar ervaringen op de set in desolaat Australië en haar aankomende project met Lars von Trier.

Gesprek met Bertrand Tavernier over La Princesse de Montpensier

https://cinemaredux.wordpress.com/2010/10/15/gesprek-met-bertrand-tavernier-over-la-princesse-de-montpensier/

Regisseur, scenarist en auteur Bertrand Tavernier – in Frankrijk een levende legende – maakte in de afgelopen 35 jaar meer dan twintig speelfilms. In 1974 won hij met zijn film L’Horloger de Saint-Paul een zilveren Bär op het Berlijnse filmfestival. Deze eerste erkenning zou in een lange carrière gevolgd worden door vele nominaties en vier keer een César, de hoogste onderscheiding van de Franse filmindustrie.

Oliver Stone en Wall Street II: Money Never Sleeps
https://cinemaredux.wordpress.com/2010/10/16/oliver-stone-wall-streets-ii-money-never-sleeps-is-greed-good-again/

Drieëntwintig jaar na zijn trendsettende film over de New Yorkse beurswereld, keerde Oliver Stone terug in de wereld van de snelle beleggers die over lijken gaan. Money Never Sleeps, oftewel Wall Street II, is het spannende vervolg op de film met die prachtige Shakespeariaanse dialogen waarvoor Michael Douglas destijds een Oscar won. Michael Douglas tekende opnieuw voor de tot ieders verbeelding sprekende rol van slechterik Gordon Gekko. Josh Brolin (die de hoordrol speelde in Stone’s W) overtreft Gekko in slechtheid en vermogen. Voor het contrast en de hoop zorgen Shia LaBeouf in de rol van jonge ambitieuze belegger Jake Moore en Carey Mulligan in de rol van Gekko’s dochter Winni die met Jake is verloofd. Samen met een aantal andere journalisten sprak Serge van Duijnhoven met regisseur Oliver Stone en acteur Michael Douglas op het terras van het majestueuze Hotel Eden Roc in Le Cap, een van de sjiekste en duurste hotels ter wereld, twaalf mijlen ten zuiden van de Croisette op het filmfestival van Cannes.

Interview met de Japanse dark poet en cultregisseur Sono Sion

https://cinemaredux.wordpress.com/2010/10/01/hello-world/

園 子温

SONO SION

Interview met de Japanse dark poet en cultregisseur Sono Sion.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s